Alkmaarse Weer- & Sterrenkundige Vereniging

Vrijdag 24 april 2015

"Recente ontwikkelingen in de Radiosterrenkunde"
door prof. A.G. de Bruyn

 

Samenvatting
ASTRON, het Nederlands Instituut voor Radiosterrenkunde, concentreert zich op radiosterrenkunde met de telescopen in Westerbork, het LOFAR en (straks) SKA. De lezing gaat vooral over de recente resultaten die met LOFAR zijn behaald. 
Zo ziet u extreem diepe opnames van de noordelijke hemelpool, alsmede kaarten met de hoge (VLBI-)resolutie van 0,3 boogseconde. Ook zijn er zeer bijzondere magnetische structuren ontdekt, in de gepolariseerde straling van het lokale interstellaire medium. LOFAR meet ook de kortdurende radioflitsen van zeer energetische kosmische stralingsdeeltjes die te pletter slaan op de aardse dampkring. 
De studie van neutrale waterstof in het heelal neemt in de Nederlandse (radio-)sterrenkunde een sleutelrol in. Dat is ook het onderzoek waar de ERC-groep van de spreker zich op richt. Na een korte inleiding over het onderzoek aan neutrale waterstof in de afgelopen 70 jaar, en de plannen met de WSRT in de komende 5 jaar, ga deze in op de moeilijke zoektocht naar waterstof op een roodverschuiving van ongeveer 9! Door de expansie van het heelal is de golflengte van de 21cm lijn straling een factor 10 langer geworden: van 21cm naar ongeveer 2 meter. Dit komt overeen met een frequentie van 150 MHz waarop LOFAR optimaal werkt. Een van de fundamentale vragen in de kosmologie is het ontstaan van de eerste sterren en melkwegstelsels. Hoe ging dat in zijn werk? Wie deed het licht aan in het heelal en wanneer?

 

Over de spreker
Ger de Bruyn (1948) studeerde sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden waar hij in 1976 promoveerde op een proefschrift over radiowaarnemingen met de Westerbork Synthese Radio Telescoop. Daarna ging het roer om, in de richting van optische sterrenkunde d.m.v. een Carnegie Fellowship op de Hale Observatories in Californië. In 1978 keerde hij terug naar Nederland voor een baan bij ASTRON in Dwingeloo. Daar trad hij in 1981 toe tot de staf van het instituut met als taak een liaison te vormen tussen de technische staf en de universitaire astronomen. In 1990 werd hij (deeltijd) hoogleraar Radiosterrenkunde bij het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. 
In juli 2013, een week na zijn 'pensionering', ontving hij een 'Advanced Grant' (3.35 MEuro) van de Europese Research Council voor kosmologisch onderzoek met de LOFAR telescoop. Hij is de leider van het LOFAR EoR project dat de gebeurtenissen in de kinderjaren van het heelal bestudeert. Met het ERC geld heeft hij een team van 7 mensen (studenten, postdoc's en senior researchers) aangesteld om dit onderzoek in de komende jaren mede mee uit te voeren.