Lezingen-archief
AWSV Metius

   

Alkmaarse Weer- en Sterrenkundige Vereniging Metius

   

 

Lezing

Vrijdag 27 oktober 2017

"Optische Verschijnselen in de Atmosfeer"
Door dr. Leo Kroon

       
  Samenvatting:
De wisselwerking tussen de atmosfeer en zonlicht geeft voor de goede waarnemer bijna elke dag wel weer een breed scala aan bijzondere en alledaagse verschijnselen. Bij de alledaagse, zoals de blauwe kleur van de hemel, daar staan we niet vaak bij stil, maar deze zijn toch ook heel bijzonder. Bij de bijzondere verschijnselen is het van belang dat men weet van hun bestaan omdat ze anders wellicht onopgemerkt blijven. In alle gevallen is er de verwondering over de pracht die onze atmosfeer door haar bijzondere samenstelling telkens weer laat zien.
       
  Over de spreker:
Leo Kroon, geboren in 1952 in Rotterdam, studeerde Meteorologie aan Utrecht Universiteit. Na enkele jaren als leraar wis- en natuurkunde in het middelbaar onderwijs startte hij in 1980 bij de toenmalige Landbouwhogeschool met een onderzoek over de invloed van terreinovergangen op de onderste lagen van de atmosfeer. In 1984 promoveerde hij op dit onderwerp. Sindsdien is hij als onderzoeker en docent verbonden aan Wageningen Universiteit. Op 5 oktober van dit jaar ging hij met pensioen.

 

 

Lezing

Vrijdag 29 september 2017

"Hoe vormen Sterrenstelsels zich?"
Door Prof. dr. Paul van der Werf

       
  Samenvatting:
Tussen de Oerknal en het huidige heelal zit een tijd van 13,7 miljard jaar. In die tijd is het heelal geëvolueerd van een gladde oersoep tot een rijk gestructureerd geheel, waarin ontelbare sterrenstelsels zijn gevormd.

Hoe is de opbouw van deze stelsels in zijn werk gegaan? Ging die vorming geleidelijk, of met horten en stoten? Sommige sterrenstelsels ondergaan een uitbarsting van stervorming, een z.g. "starburst". Zijn dit de uitzonderingen of ondergaan alle sterrenstelsels periodiek zo'n uitbarsting? En hoe vorm je de enorme zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels? Dit zijn stukjes van de puzzel van de opbouw van sterrenstelsels.

In deze lezing worden deze stukjes aan elkaar gelegd, en wordt ons huidige begrip van de opbouw van sterrenstelsels, de rol van "starbursts" en van de zwarte gaten in hun kern, belicht. Tenslotte wordt vooruitgeblikt naar de "James Webb Space Telescope", die in 2018 gelanceerd zal worden en waarmee we de allereerste sterrenstelsels zullen kunnen zien, oftewel het moment dat het licht aanging in het heelal.
       
  Over de spreker:
Paul van der Werf studeerde Sterrenkunde in Groningen en behaalde zowel het bachelor- als masterdiploma met lof. Vervolgens promoveerde hij aldaar op een onderwerp betreffende waterstof moleculen in grotendeels geïoniseerde waterstofwolken en donkere stofwolken. Vervolgens heeft hij 4 jaar gewerkt voor het Max Planck instituut en de Europese Zuidelijke Sterrewacht (ESO) in Duitsland. In 1997 volgde zijn aanstelling aan de Universiteit Leiden bij de Sterrewacht Leiden. In 2012 werd hij benoemd tot hoogleraar "Extragalactic Astrophysics". Sinds 3 jaar is hij daarnaast opleidingsdirecteur voor Sterrenkunde.

 

 

Lezing

Vrijdag 19 mei 2017

"Noorderlicht als de zon rustig is"
Door dhr. Rob Stammes

       
  Samenvatting:
Rob Stammes is met zijn vrouw Threes eigenaar van het Polar Light Center in het dorpje Laukvik op de Lofoten in Noorwegen. Hun verblijf daar is in 2005 begonnen met het uitvoeren van een twee jaar durende verbouwing. De grote zaal waar de noorderlichtpresentaties gehouden worden en de twee 2-persoons gastenkamers met zicht op het Noorden werden ingericht. Doel van het centrum is om gasten de gelegenheid te geven het Noorderlicht te ervaren en meer over dit fenomeen te leren.
Veel mensen denken dat, wanneer de zon in een rustige fase van zijn 11-jarige cyclus verkeert, het Noorderlicht nauwelijks voorkomt. Maar in de verre Noordelijke regionen is de waarheid anders. Daarom zal de lezing ingaan juist op het Noorderlicht bij de rustige zon. Er zullen veel beelden te zien zijn; die zijn alle door Threes gemaakt. En er is volop gelegenheid tot het stellen van vragen.
       
  Over de spreker:
Rob Stammes is begonnen als elektronisch instrumentmaker en heeft gewerkt bij de Rijkswerf in Den Helder. Vanaf maart 1989 is hij geïnteresseerd in het Noorderlicht en via zelfstudie, het gebruik van zelfontwikkelde instrumenten en veel praktijkervaring heeft hij zijn deskundigheid in dit natuurverschijnsel opgebouwd. Hij is lid geweest van Metius tot zijn vertrek naar de Lofoten, maar hij heeft ook een lange staat van dienst bij de werkgroep Zon van de KNVWS. In 2003 werd hem door de KNVWS de Van der Bilt-prijs uitgereikt, een prijs ingesteld om actieve amateurs op weer- en sterrenkundig gebied te eren.

 

 

Lezing

Vrijdag 21 april 2017

"Eigen Avond"
Door leden

       
  Samenvatting:
Op vrijdag 21 april 2017 houdt Metius een Eigen Avond, een avond die bedoeld is voor de leden en die geheel door de leden wordt verzorgd. Er zal een ruime pauze zijn om de gelegenheid te hebben goede contacten te kunnen leggen.

Het programma is als volgt:

Voor de pauze:
voordracht door Rob Musquetier over Astrofotografie

Na de pauze:
net als in de afgelopen twee jaren vier "tafeltjes" waaraan leden informatie geven en in gesprek gaan over een speciaal onderwerp.
Deze keer:
- Inge van de Stadt met Het verwerken van ABT-opnames
- Hans Dijkstra met Het gebruik van Stellarium
- Harriët Koomen met De betrouwbaarheid van weersverwachtingen
- Gerard Bais met Een bekrachtiging voor onze Foucault-slinger.
       
   
 

 

Lezing

Vrijdag 31 maart 2017

"Het ontstaan van de maan"
Door prof. dr. W. van Westrenen

       
  Samenvatting:
Het algemeen aanvaarde model voor de vorming van onze Maan, ontwikkeld rond 1975, gaat uit van een botsing tussen onze jonge Aarde en een planeet ter grootte van Mars, genaamd Theia. De brokstukken van deze botsing zijn deels in een baan om de Aarde terechtgekomen, en samengeklonterd tot de Maan. Computersimulaties van deze botsing voorspellen dat meer dan de helft, en misschien wel 90 procent, van het materiaal dat de Maan vormt afkomstig is van Theia, niet van de Aarde. Dit resultaat blijkt echter in directe tegenspraak met recente metingen aan de chemische samenstelling van Maanstenen, die juist aangeven dat de samenstelling van de Maan vrijwel identiek is aan de samenstelling van de buitenkant (mantel + korst) van de Aarde. Dit fundamentele probleem vraagt om een oplossing. In deze presentatie zal ik een alternatief model voor de vorming van de Maan schetsen, ontwikkeld in samenwerking met collega Rob de Meijer (Universiteit Groningen, Stichting EARTH) - een model dat wel volledig in overeenstemming is met de metingen aan Maanstenen. Ook zal ik ingaan op de nieuwste generatie botsingsmodellen, en zo een beeld schetsen van de snel veranderende ideeën over het ontstaan van de Maan.
       
  Over de spreker:
Wim van Westrenen is hoogleraar Planetaire Evolutie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij heeft geochemie gestudeerd in Utrecht, is gepromoveerd in Bristol (U.K.), en heeft postdoctoraal onderzoek gedaan aan het Carnegie Institution of Washington (V.S.) en de ETH Zurich (Zwitserland). Zijn huidige onderzoek richt zich op het meten van fysische en chemische eigenschappen van vast en gesmolten gesteenten in het inwendige van planeten en de Maan. Voor meer informatie en voor een video over zijn professionele interesse, kijk op de site http://www.falw.vu/~wvwest

 

 

Lezing

Vrijdag 24 februari 2017

"Open avond"
Door leden

       
  Samenvatting:
De Alkmaarse Weer- en Sterrenkundige vereniging "Metius" houdt op vrijdag 24 februari 2017 een open avond. Alle geïnteresseerden in weer- of sterrenkunde zijn van harte welkom. Toegang gratis. Plaats: wijkcentrum "Thuis in Overdie", Van Maerlantstraat 10, 1813 BH Alkmaar. Tijd: 20.00 tot 22.00 uur.

Op de open avond zal de vereniging "Metius" een beeld geven van zijn activiteiten. Daartoe zijn er korte voordrachten over actuele zaken en over de vaste werkgroepen van de vereniging. Maar daarnaast is er voor de bezoekers ook ruim tijd om op een informele manier kennis te maken met leden van Metius. Een informatiefolder is natuurlijk ook beschikbaar.

Het programma van de open avond is als volgt:

20.00 uur Wim Koomen heet welkom en vervolgt met een algemene schets van de activiteiten van de vereniging Metius
20.10 uur Frans Nieuwenhout vertelt over het werken met de ABT, de op afstand bestuurbare telescoop van de vereniging
20.30 uur Hans Klein Woud geeft een indruk van het werken van de Werkgroep Theoretische Sterrenkunde waarbij hij bij wijze van voorbeeld ingaat op het verschil tussen planetenbanen volgens Newton en Einstein
20.50 uur Hans Dijkstra doet verslag van het redactionele werk aan Metius Magazine

21.00 uur pauze

21.30 uur een lid van de Werkgroep Weerkunde geeft een voorbeeld van de activiteiten van deze werkgroep
21.50 uur Piet Cijsouw schetst de mogelijkheden van de recent gestarte samenwerking met Staatsbosbeheer Schoorl
22.00 uur Sluiting
 

 

Lezing

Vrijdag 27 januari 2017

"Water boven de aardatmosfeer"
Door prof. dr. H.J. Habing

       
  Samenvatting:
Buiten de aarde komt water alleen voor in de vorm van gas (waterdamp, stoom) of vaste stof (ijs). Vloeibaar water is nergens aan het oppervlak van hemellichamen te vinden.
We vinden water in ons zonnestelsel op de Maan, vroeger op Mars, op enkele manen (Europa, Enceladus) en tenslotte heeft Pluto machtige ijsbergen. Water komt ook voor in de atmosferen van de koelste sterren (M-sterren) en van bruine dwergen. Ook in disintegrerende rode reuzen komt ijs voor en soms misschien waterdamp.
In donkere wolken in een sterrenstelsel als de Melkweg komt ijs voor maar ook waterdamp. Tijdens de vorming van sterren is ijs aanwezig en misschien ook wel bij de vorming van planeten. Maar voorzover de aarde ooit bedekt is geweest door ijs of water, is dat allemaal verdampt voordat de aarde bewoonbaar werd.
Dus: waarom heeft de aarde dan nu zoveel water?
       
  Over de spreker:
Harm Habing is emeritus hoogleraar astrofysica van de universiteit Leiden. Hij functioneerde als Mission Scientist voor de IRAS satelliet (1983) en voor de ISO satelliet (1993), hij was wetenschappelijk directeur van de Sterrewacht Leiden en hoofdredacteur van het sterrenkundig vaktijdschrift 'Astronomy and Astrophyics'. Hij schreef twee boeken over de geschiedenis van de sterrenkunde. Hij houdt er van om les te geven en lezingen te houden.

 

 

Lezing

Vrijdag 16 december 2016

"Klimaat, geologie en biologisch potentieel van de planeet Mars"
Door drs. K.-J. Mook

       
  Samenvatting:
Mars is de vierde planeet vanaf de Zon. De planeet draait om de Zon op een gemiddelde afstand van 228 miljoen km, anderhalf keer zo ver als de Aarde. Mars wordt vaak de 'Rode Planeet' genoemd omdat hij aan de hemel staat als een oranjerode ster. Vanwege de kleur noemden de oude Grieken en Romeinen de ster naar hun oorlogsgod.
Dankzij ruimteonderzoek weten we tegenwoordig dat de planeet die kleur heeft doordat de rotsen op Mars roest bevatten.
Het onderzoek van de planeet Mars levert bijna dagelijks nieuwe feiten en inzichten op. Inmiddels is daardoor veel bekend geworden over de geologische en klimatologische geschiedenis van de planeet. Het was al langer bekend dat de omstandigheden op Mars in het verleden sterk hebben gevarieerd, tegenwoordig is men steeds beter in staat een gedetailleerd beeld hiervan te schetsen. Mars blijkt een geheel andere planeet dan de Aarde; veel factoren die van invloed zijn op de Aarde spelen ook op Mars, maar met een ander gewicht. Vooral de geringere massa van de Rode Planeet, de geringere afstand tot de planeet Jupiter en de afwezigheid van zowel een dichte atmosfeer als een zware satelliet zijn belangrijke factoren. Het is ook gebleken dat op Mars leven kan zijn ontstaan. Of dat zo is, en of het misschien nog steeds aanwezig is, is nog onduidelijk maar een speerpunt van onderzoek. De voordracht zal een algemeen overzicht geven van de situatie op het Marsoppervlak en van de atmosfeer, waarna we op basis hiervan de geschiedenis van de planeet langzaam proberen te ontrafelen.
       
  Over de spreker:
Klaas-Jan Mook was tussen 2006 en 2014 voorzitter van Gemma Frisius, afdeling Friesland van de KNVWS. Daarnaast heeft hij zitting in het hoofdbestuur van de KNVWS. Hij geeft al vele jaren lezingen op sterrenkundig gebied door het hele land, en is momenteel werkzaam voor het ministerie van Defensie.

 

 

Lezing

Vrijdag 25 november 2016

"Optische verschijnselen in de natuur"
Door ir. A.G.F. Kip

       
  Samenvatting:
Waarom is op aarde overdag de lucht blauw en 's avond rood maar op de maan zwart? Hoe komt het dat we 's avonds de zon nog zien terwijl hij al lang onder is? En wat is de groene flits? Wat zijn lichtpilaren? En wat is het asgrauw schijnsel van de maan? Hoe ontstaat een fata morgana? Hoe ontstaat een regenboog en waarom zien we altijd twee inverse bogen en heel soms vier? Waar hangen de kleuren van een regenboog van af? Wat is een glorie en wat een heiligenschijn? Wat is een halo en hoe ontstaat deze? Wat zijn iriserende wolken en wat zijn lichtende nachtwolken, wat hebben die laatste te maken met de klimaatverandering? Wat is zodiakaal licht en wat de Gegenschein? Hoe ontstaat poollicht? Hoe ontstaan sneeuwkristallen en wat is rijp, ruige rijp en de "baard van koning Winter"? Scintillatie is voor waarnemers een hinderlijk fenomeen, hoe ontstaat het en wat kunnen we daartegen doen? Wat is een subsidentie-inversie en hoe kunnen ballonvaarders daar gebruik van maken?
Deze en andere vragen worden op vrijdag 28 oktober behandeld door ir. Arnold Kip.
       
  Over de spreker:
Arnold Kip is gepensioneerd HBO-docent, lid van de VWS Triangulum in Apeldoorn en gepassioneerd ballonvoerder; hij geeft al vele jaren cursussen en lezingen over sterrenkunde en weerkunde.

 

 

Lezing

Vrijdag 28 oktober 2016

"De ontdekkers van de hemel: de Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw"
Door dr. D. Baneke

       
  Samenvatting:
Er is iets bijzonders aan de hand met de sterrenkunde in Nederland. Ondanks zijn bewolkte klimaat en dichte bebouwing is Nederland op astronomisch gebied een grootmacht, en dat al een eeuw lang, met kopstukken als Kapteyn, Minnaert en Oort. Hoe komt dat? Wie waren die mensen? En waarom werd juist de Nederlandse sterrenkunde zo succesvol?
Het verhaal van de sterrenkunde is verweven met de politieke, economische en culturele geschiedenis. Wereldoorlogen, wederopbouw en de koude oorlog speelden een rol, net als het idealisme van de jaren zeventig, het marktdenken dat daarop volgde, en de internationale opstelling van Nederland als ambitieus maar klein land. Uiteindelijk gaat het ook om de vraag waarom we überhaupt aan sterrenkunde doen.
       
  Over de spreker:
David Baneke studeerde geschiedenis in Groningen. Momenteel werkt hij op de Universiteit Utrecht bij de masteropleiding
History and Philosophy of Science. Hij houdt zich bezig met de geschiedenis van wetenschap in de twintigste eeuw, in het bijzonder sterrenkunde en ruimtevaart. In 2015 verscheen De ontdekkers van de hemel: de Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw.

 

 

Lezing

Vrijdag 30 september 2016

"Het geheim achter El Niño & La Niña"
Door R.M. (Rob) Groenland MSc (KNMI)

       
  Samenvatting:
In het begin van de vorige eeuw waren de wetenschappers aan het kijken naar een periodiek terugkerende schommeling in het weer boven Indonesië en Australië. Uit het onderzoek in die tijd ontdekte men dat er een duidelijke samenhang aanwezig is tussen deze beide gebieden, een samenhang die men kan verklaren door de wisselwerking tussen oceaan en atmosfeer te bestuderen.
In deze lezing leg ik eerst uit hoe de normale wereldcirculatie werkt. Deze kennis hebben we nodig om El Niño te kunnen begrijpen. Aan de hand van beeldmateriaal en animaties laat ik de wisselwerking tussen oceaan en atmosfeer zien. Zowel El Niño als zijn tegenhanger La Niña kunnen we nu verklaren. Ook besteed ik aandacht aan de verwachtingen aan de hand van wiskundige modellen. Natuurlijk mag de achter ons liggende zeer sterke El Niño niet ontbreken en gaan we uitgebreid in op de huidige (30 september 2016) La Niña: wat was en is de impact, en heeft dit ook invloed op ons weer in West-Europa?
       
  Over de spreker:
Rob Groenland studeerde Meteorologie en Fysische Oceanografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was vervolgens werkzaam als meteoroloog bij het particulier weerbureau Meteo Consult in Wageningen. Sinds 2005 is hij luchtvaartmeteoroloog en vakdocent meteorologie bij het KNMI in De Bilt. Tevens is hij nauw betrokken bij het onderzoek van meso-schaal-modellen in het veld van zware onweersbuien.

 

 

Lezing

Vrijdag 20 mei 2016

"Metius-avond"
door en voor leden

       
  Samenvatting:
Op vrijdag 20 mei 2015 is er een Metiusavond met een tweetal kleine voordrachten, vier mini-workshops en vooral veel ruimte voor
onderlinge kennismaking en onderling overleg. Daarmee houden we het patroon aan van de zeer geslaagde Metius-avond van een jaar geleden.

Het programma ziet er als volgt uit:

20.00 - 20.20 uur Hans Smit (gast bij Metius) vertelt over zijn ervaringen met "radio-astronomie in de achtertuin"

20.25 - 20.45 uur Peter van den Dries legt uit hoe je met een sextant posities op aarde kunt bepalen, en hoe hij dit destijds zelf gedaan heeft op zee

20.45 - 21.15 uur ruime pauze; voor wie wil de gelegenheid om te kijken naar een film opgenomen door Lango Metten tijdens de Metius-excursie naar de Dwingeloo-telescoop op 19 maart 2016

2
1.15 - 22.00 uur vier mini workshops (parallel)
1. radio-astronomie, door Hans Smit (een vervolg op zijn inleiding)
2. de sextant, door Peter van den Dries (een vervolg op zijn inleiding)
3. het "Late Heavy Bombardment" tijdens de vorming van ons zonnestelsel, door Piet Cijsouw
4. het ontstaan van cumuluswolken, door Karel de Leeuw.

De mini-workshops krijgen de vorm van een tafeltje (vier stuks in het lokaal) waarachter de genoemde persoon zit, die aan de langskomende Metius-leden uitleg geeft over het aangegeven onderwerp. Diepgang en duur van de uitleg wordt bepaald door de aard van de ontstane gesprekken. Bezoekers kunnen van onderwerp wisselen wanneer zij willen.
Degenen die het "tafeltje" van Peter van den Dries willen bezoeken wordt verzocht eventueel in hun bezit zijnde instrumenten als sextant, octant of Jacobsstaf mee te nemen; de werking daarvan wordt dan eveneens besproken.
       
   
 

 

Vrijdag 29 april 2016

"Het weer en de Diepenveen-meteoriet: een bijzondere atmosfeerreconstructie"
door J. Kuiper

       
  Samenvatting:
Het was rond drie uur in de middag toen op 27 oktober 1873 een meteoriet insloeg in een bouwland in Diepenveen. Twee mensen waren ooggetuige van de inslag. Door een aantal grote toevalligheden bleef de meteoriet bewaard, maar pas in 2012 werd het object door de bekende Henk Nieuwenhuis 'herontdekt' en kon een groot onderzoek rond de donkere steen beginnen. Sinds dat moment is veel werk aan het stuk buitenaards materiaal verricht en nog steeds is het speurwerk niet afgelopen.
Ook de weerkundige omstandigheden rond en op de datum van de val van de Diepenveen worden daarbij onder de loep genomen. In 1873 was het toen nog jonge KNMI gevestigd op sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht. Er bestond al een redelijk netwerk van vaste weerwaarnemers in ons land, maar van dagelijkse weerkaarten was nog geen sprake. Toch is op grond van de beschikbare waarnemingen een redelijk beeld te vormen van de weersomstandigheden op die middag. Belangrijk is natuurlijk de vraag hoeveel bewolking er dat moment was. Is de binnenkomst in de dampkring door de mensen gezien of was het te bewolkt? Zou het mogelijk zijn om succesvol naar ooggetuigen van de meteoorverschijning te speuren of kunnen we dat vergeten. Om daarover meer houvast te krijgen, is het zaak om het weer zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen, niet alleen boven de vindplaats maar tot op grote afstand daar vandaan. Tegenwoordig kunnen computermodellen daar een grote hulp bij zijn.
In deze lezing wordt getoond hoe we in zo'n situatie te werk gaan en wat tot nu toe aan informatie boven water is gekomen. De reconstructie van het weerbeeld van 27 oktober 1873 is een redelijk uniek gebeuren.
       
  Over de spreker:
Jacob Kuiper is sinds 1978 werkzaam op het KNMI. Vanaf 1991 werkt hij als hoofdmeteoroloog bij de sectie luchtvaart van het KNMI in De Bilt. Naast het schrijven van boeken over weer- en sterrenkundige zaken is hij een groot liefhebber van tuinieren, fotograferen, ballonvaren en het reizen naar verre streken als er bijvoorbeeld bijzondere dingen gebeuren, zoals een zonsverduistering of extreme weergebeurtenissen. Als freelance journalist was hij tussen 2009 en 2012 meerdere malen bij Space Shuttle lanceringen aanwezig op Cape Canaveral in de Verenigde Staten. Op meteorengebied was hij betrokken bij publicaties in Nature en Science over asteroïde 2008 TC-3 (Sudan) en de Tsjeljabinsk vuurbol (Febr. 2013).

 

 

Vrijdag 18 maart 2016

"Het weer van de weerman"
door J. Visser

       
  Samenvatting:
Aan de orde komen eerst het ontstaan van wolken, op welke hoogten ze drijven en wat ze (als soorten en geslachten) te betekenen hebben voor het weer op de korte termijn. Dit mondt uit in "stel u eigen weersverwachting samen aan de hand van wolken". Verder komen onderwerpen als onweer, hagel en optische verschijnselen aan bod.
Na de pauze wordt ingegaan op de actuele situatie inzake de mondiale en landelijke klimaatsverandering en het thans spelende klimaatfenomeen El Niño. Tevens is er gelegenheid voor het stellen van vragen.
       
  Over de spreker:
Jan Visser is werkzaam als weerman voor RTV Noord-Holland, Buienradar, de KRO, Radio NL en de website janvissersweer.nl
In het verleden heeft hij meer dan 20 jaar voor Trouw en het Noordhollands Dagblad gewerkt en meer dan 10 jaar voor Radio 10 Gold.
Jan Visser is geboren en getogen op Marken en sinds 2009 woonachtig in Purmerend.


 

 

Vrijdag 26 februari 2016

"De Dwingeloo Radiotelescoop - Historie, restauratie en gebruik"
door ir. F. de Jong

       
  Samenvatting:
De voordracht begint met een korte introductie over de radioastronomie en de plaats die de Dwingeloo Radiotelescoop daarin heeft. Vervolgens is er een korte film over het maken van deze radiotelescoop. Na de pauze wordt de restauratie aangestipt en het werk van de stichting CAMRAS uit de doeken gedaan, werk dat gericht is op behoud en gebruik van de radiotelescoop en het enthousiasmeren van de jeugd voor dit historische instrument.
Bij voldoende tijd wordt er een korte demonstratie gegeven van hoe het beroemde Doppler effect aanschouwelijk kan worden gemaakt.
       
  Over de spreker:
Frans de Jong was vanaf middelbare schooltijd al bezig met astronomie (o.a. als vrijwilliger bij de Volkssterrenwacht Simon Stevin, waarbij o.a. gewerkt werd met een Würzburg Radiotelescoop).
Na afstuderen in Delft (Msc Electronics) is hij bij Philips Research gaan werken en aansluitend bij NXP Semiconductors, waar hij nog altijd werkzaam als wetenschappelijk medewerker.
Vanaf 2007 is hij betrokken als vrijwilliger bij stichting CAMRAS die de radiotelescoop in Dwingeloo beheert. Sinds vijf jaar is hij ook bestuurslid (en thans voorzitter) van CAMRAS.


 

 

Vrijdag 29 januari 2016

"Het klimaat in het Geologisch Verleden"
prof. dr. J. Smit

       
  Samenvatting:
De aarde bestaat 4,5 miljard jaar, en daarvan kunnen we vanaf 3,8 miljard jaar het klimaat min of meer reconstrueren. De Aarde ondergaat constant klimaatveranderingen, het is geen moment stabiel. Deze veranderingen hangen samen met veranderingen in de atmosfeer, die weer samenhangen met plotselinge of/en wat langzamere geologische veranderingen. Meteorietinslagen kunnen zodanige klimaatsveranderingen veroorzaken dat vele organismen zullen uitsterven. De verschuiving van continenten en hun posities op aarde heeft grote, maar wat langzamere effecten tot gevolg, zoals uitgebreid vulkanisme en veranderingen in het patroon van oceaanstromen. Maken we een reis door de geologische tijd dan zien we achtereenvolgens het optreden van vrije zuurstof in de atmosfeer 2,5 miljard jaar geleden, het bevriezen van de hele aardbol 700 miljoen jaar geleden, golven van uitsterven veroorzaakt door vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen en tenslotte de opbouw van de moderne Aarde in de laatste 50 miljoen jaar: van een tropische broeikas tot de ijstijden waar we ons nu in bevinden.
       
  Over de spreker:
Jan Smit behaalde in 1974 aan de Universiteit van Amsterdam zijn doctoraalexamen Geologie. In 1981 promoveerde hij (cum laude) aan dezelfde universiteit. Zijn dissertatie getiteld "A catastrophic event at the Cretaceous-Tertiary Boundary", handelde over de meteorietinslag op de grens van Krijt en Tertiair. Samen met Walter en Luis Alvarez was Jan Smit hiermee de grondlegger van de inslagtheorie inzake het uitsterven van de dinosauriërs.
In de jaren negentig van de twintigste eeuw ontdekte Smit met Walter Alvarez de inslagkrater in Yucatán, de Chicxulubkrater, waar 65 miljoen jaar geleden de meteoriet insloeg die het einde van de dinosauriërs inluidde.
Jan Smit was van 2003 tot 2013 verbonden aan de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) als hoogleraar Event-Stratigrafie, het specialisme binnen de geologie dat snelle veranderingen in het systeem aarde bestudeert welke hebben geleid tot massa-extincties.

 

 

Open avond

Vrijdag 18 december 2015
Diverse sprekers zullen een beeld geven van de activiteiten van Metius.

       
  Samenvatting:
De vereniging "Metius" geeft deze avond een kijkje in haar activiteiten. Een aantal facetten van het werk van de vereniging wordt belicht door een zestal sprekers, gecoördineerd door de voorzitter, Henk Verbeek. Hij zal beginnen met een korte algemene schets, waarin de maandelijkse lezingen speciale aandacht krijgen.
Wim Koomen vervolgt met gegevens over de naamgever van de vereniging, Adriaan Metius, hoogleraar te Franeker en zoon van de burgemeester van Alkmaar die tijdens het beleg een belangrijke rol heeft gespeeld.
Rob Steegs vertelt over het waarnemen van de sterrenhemel met de mogelijkheden en moeilijkheden die te maken hebben met het gebruik van een telescoop.
De vereniging heeft twee actieve werkgroepen, één op weerkundig gebied en één die de theoretische aspecten van de sterrenkunde als werkterrein heeft. Karel de Leeuw laat zien hoe de "Weergroep" in zijn maandelijkse bijeenkomsten tewerk gaat, en Henk Klippel doet hetzelfde voor de Werkgroep Theoretische Sterrenkunde.
Metius geeft regelmatig een kennismakingscursus over sterrenkunde en (met grotere tussenpozen) een vervolgcursus. Piet Cijsouw laat iets van de inhoud van deze cursussen zien.
Leden van Metius gaan regelmatig met elkaar op excursie naar interessante plaatsen op weer- of sterrenkundig gebied. Mees Visser laat met een aantal voorbeelden zien wat voor mogelijkheden er de laatste tijd benut zijn.
Er zal ruim tijd zijn voor bezoekers om kennis te maken met (bestuurs)leden van de vereniging. De Open Avond is vrij toegankelijk.
       
 

 

Vrijdag 27 november 2015

"Keerpunten in de natuurwetenschappen"
door Prof. S. Bais

       
  Samenvatting:
In mij voordracht probeer ik een inspirerende en toegankelijke inleiding tot de belangrijkste keerpunten in het menselijk denken over de natuur. Het is een veelomvattend overzicht van waar de wetenschap ons tot op heden gebracht heeft, opgehangen aan de belangrijkste centrale inzichten die empirisch onderbouwd zijn.
De samenhang tussen de verschillende wetenschapsgebieden als natuurkunde, sterrenkunde, chemie en biologie komt uitgebreid aan de orde. Onderwerpen als relativiteit, quantumtheorie,kosmologie, evolutie en moleculaire biologie staan daarbij centraal, maar ook meer beschouwelijke aspecten als de (empirische) wetenschappelijke methode, wetenschapsgeschiedenis en wetenschapsfilosofie komen aan bod. En wat de gevestigde macht hiermee zou kunnen/moeten. Ik zal betogen dat een van de belangrijkste historische processen de cumulatieve kennisverdieping is, die het product is van wetenschappelijk onderzoek. Hierdoor wordt onze kijk op de wereld, op onszelf en op onze plaats in de kosmos steeds weer fundamenteel ter discussie gesteld. Het ultieme boek is de natuur zelf en de wetenschap maakt het mogelijk dit boek in steeds meer in detail te lezen. De culturele dimensie van de wetenschap is een van de weinige hoopvolle signalen in deze tijd, juist omdat zij onze etnische, politieke en religieuze achtergronden overstijgt. Wetenschap is een systematische bevrijding uit de ijzeren omarming van het vooroordeel; een streven naar waarheid en integriteit, en niet naar politieke of economische macht. Desondanks is zij de
oorsprong van veel sociale innovaties en emancipatieprocessen die het gezicht van de moderne wereld bepalen. Een paradox waar volgens mij veel uit valt te leren.
       
  Over de spreker:
Sander Bais is vanaf 1985 hoogleraar theoretische fysica aan de Universiteit van Amsterdam en vanaf
2005 extern hoogleraar aan het Santa Fe Institute for complexity in de Verenigde Staten. Hij studeerde in Delft natuurkunde en promoveerde aan de University of California Santa Cruz. Na aanstellingen als onderzoeker in Philadelphia, Leuven, CERN, Utrecht en Leiden is hij geland in Amsterdam. Hij verrichtte onderzoek op het gebied van fundamentele vragen met betrekking tot elementaire deeltjes en fundamentele krachten, en maakte zich daarnaast sterk voor het uitdragen van de natuurwetenschappen in algemene zin voor de media en in talloze voordrachten, zoals voor de Comenius-leergangen in Cambridge (V.K.). Hij schreef een aantal populairwetenschappelijke boeken, waaronder De natuurwetten (2007), De sublieme eenvoud van relativiteit (2007), Keerpunten (2009) en Kwanta, kwinkslagen en kwakzalvers (2010), die bij elkaar in zeventien talen werden vertaald.



 

 

Vrijdag 30 oktober 2015

"Gammaflitsen"
door dr. O.E. Hartoog

       
  Samenvatting:
Als een zware ster (minstens 8 keer de massa van de zon) aan het eind van zijn leven in elkaar stort kan er een bijzonder proces optreden: een zogenaamde gammaflits. Gammaflitsen zijn de meest energierijke explosies die we kennen in het heelal, en we kunnen ze effectief van overal in het universum waarnemen. Vaak staan ze zo ver weg dat we, vanwege de eindigheid van de lichtsnelheid, miljarden jaren terug in de tijd kijken. Door het licht van gammaflitsen te bestuderen kunnen we dus iets leren over hoe het universum er vroeger uitzag. Daarnaast helpen deze waarnemingen ons te ontrafelen hoe deze explosies precies ontstaan, en welk soort zware sterren tot gammaflitsen leiden.
Hoe zijn de gammaflitsen ontdekt? Hoe nemen we ze waar? Wat kunnen we ervan leren? Deze en andere vragen zullen aan bod komen in de lezing.
       
  Over de spreker:
Olga Hartoog (1987) studeerde natuur- en sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam vanaf 2005, waarna zij zich specialiseerde met een onderzoeksmaster in de sterrenkunde aan het Anton Pannekoek Instituut aldaar. In 2010 deed zich de gelegenheid voor om, in de context van een promotieonderzoek, de nagloeiers van gammaflitsen te gaan bestuderen met de gloednieuwe spectrograaf X-shooter, die sinds kort beschikbaar was op de Very Large Telescope in Chili. Olga deed vier jaar lang onderzoek aan dit soort spectra, samen met collega's verspreid over heel Europa. Ze mocht zelfs tot twee keer toe naar Chili afreizen om waar te nemen met X-shooter. Op 10 december 2014 promoveerde Olga op haar proefschrift, dat niet alleen over nagloeiers ging, maar ook over hun omgevingen en hun voorlopers, de zware sterren.
Tegenwoordig gebruikt Olga haar analytische vaardigheden in een heel andere tak van sport: sinds maart 2015 werkt zij als consultant Business Intelligence & Analytics bij Deloitte.

 

 

Vrijdag 25 september 2015

"Een opgeblazen heelal"
door dr. H. Hoekstra

       
  Samenvatting:
Een ogenschijnlijk theoretisch interessante oplossing van de algemene relativiteitstheorie werd gevonden door de Leidse astronoom Willem de Sitter: een Heelal zonder materie, maar met een kosmologische constante, dijt exponentieel snel uit. De huidige waarnemingen suggereren dat dit een goede benadering is voor het toekomstige Heelal. Bovendien groeide het Heelal binnen een fractie van de allereerste seconde na de oerknal exponentieel: van de piepkleine afmeting van een atoom tot de grootte van het zonnestelsel. Tot voor kort was dit echter slechts een gedachtenspinsel van theoretici. Maar recente onderzoeksresultaten suggereren nu dat dit idee echt zou kunnen kloppen. In deze lezing zal worden uitgelegd hoe het huidige beeld over het heelal tot stand is gekomen en of deze recente waarnemingen ons echt iets vertellen over het begin van ons Heelal.
       
  Over de spreker:
Henk Hoekstra is universitair hoofddocent en werkzaam bij de Sterrewacht Leiden waar hij onderzoek doet naar de fundamentele eigenschappen van het Heelal, en donkere materie en donkere energie in het bijzonder. Hij leidt de wetenschappelijke voorbereiding voor de Euclid satelliet die ESA in 2020 zal lanceren met het doel de eigenschappen van deze mysterieuze ingrediënten beter te begrijpen. Voor zijn onderzoek heeft hij naast een prestigieuze Fellowship van de Alfred P. Sloan Foundation een Vidi beurs en recentelijk een ERC starting grant ontvangen.

 

 

Vrijdag 15 mei 2015

"Eigen Avond"
door en voor leden

       
  Samenvatting:
Op vrijdag 15 mei 2015 is er een Metiusavond met een tweetal kleine voordrachten, vier workshops en vooral veel ruimte voor onderlinge kennismaking en onderling overleg.

Het programma ziet er als volgt uit:

20.00 - 20.45 uur Mees Visser doet verslag van de excursie naar het KNMI en Hans Dijkstra vertelt de mythe over de Grote en de Kleine Beer
20.45 - 21.15 uur ruime pauze
21.15 - 22.00 uur vier mini workshops (parallel)
1. Digitale fotobewerking, door Inge van de Stadt
2. El Nino, door Leendert Lambach
3. Sterrenkijken, door Rob Steegs (met de leenkijker, en wellicht geassisteerd door Rijer van den Brink)
4. Spectrografie, door Henk Verbeek.
       
   
 

 

Vrijdag 24 april 2015

"Recente ontwikkelingen in de Radiosterrenkunde"
door prof. A.G. de Bruyn

       
  Samenvatting:
ASTRON, het Nederlands Instituut voor Radiosterrenkunde, concentreert zich op radiosterrenkunde met de telescopen in Westerbork, het LOFAR en (straks) SKA. De lezing gaat vooral over de recente resultaten die met LOFAR zijn behaald.
Zo ziet u extreem diepe opnames van de noordelijke hemelpool, alsmede kaarten met de hoge (VLBI-)resolutie van 0,3 boogseconde. Ook zijn er zeer bijzondere magnetische structuren ontdekt, in de gepolariseerde straling van het lokale interstellaire medium. LOFAR meet ook de kortdurende radioflitsen van zeer energetische kosmische stralingsdeeltjes die te pletter slaan op de aardse dampkring.
De studie van neutrale waterstof in het heelal neemt in de Nederlandse (radio-)sterrenkunde een sleutelrol in. Dat is ook het onderzoek waar de ERC-groep van de spreker zich op richt. Na een korte inleiding over het onderzoek aan neutrale waterstof in de afgelopen 70 jaar, en de plannen met de WSRT in de komende 5 jaar, ga deze in op de moeilijke zoektocht naar waterstof op een roodverschuiving van ongeveer 9! Door de expansie van het heelal is de golflengte van de 21cm lijn straling een factor 10 langer geworden: van 21cm naar ongeveer 2 meter. Dit komt overeen met een frequentie van 150 MHz waarop LOFAR optimaal werkt. Een van de fundamentale vragen in de kosmologie is het ontstaan van de eerste sterren en melkwegstelsels. Hoe ging dat in zijn werk? Wie deed het licht aan in het heelal en wanneer?
       
  Over de spreker:
Ger de Bruyn (1948) studeerde sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden waar hij in 1976 promoveerde op een proefschrift over radiowaarnemingen met de Westerbork Synthese Radio Telescoop. Daarna ging het roer om, in de richting van optische sterrenkunde d.m.v. een Carnegie Fellowship op de Hale Observatories in Californië. In 1978 keerde hij terug naar Nederland voor een baan bij ASTRON in Dwingeloo. Daar trad hij in 1981 toe tot de staf van het instituut met als taak een liaison te vormen tussen de technische staf en de universitaire astronomen. In 1990 werd hij (deeltijd) hoogleraar Radiosterrenkunde bij het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen.
In juli 2013, een week na zijn 'pensionering', ontving hij een 'Advanced Grant' (3.35 MEuro) van de Europese Research Council voor kosmologisch onderzoek met de LOFAR telescoop. Hij is de leider van het LOFAR EoR project dat de gebeurtenissen in de kinderjaren van het heelal bestudeert. Met het ERC geld heeft hij een team van 7 mensen (studenten, postdoc's en senior researchers) aangesteld om dit onderzoek in de komende jaren mede mee uit te voeren.



 

 

Vrijdag 27 maart 2015

"Exoplaneten en de zoektocht naar buitenaards leven"
door prof. dr. I. Snellen

       
  Samenvatting:
Al lang hebben astronomen zich afgevraagd of er rond de sterren aan de hemel net zulke planeten draaien als de aarde om de zon. We leven in spannende tijden, want er voltrekt zich een heuse revolutie in de studie naar deze exoplaneten. Binnenkort zal het eerste zusje van de aarde worden gevonden. In deze lezing wordt uitgelegd hoe sterrenkundigen willen gaan onderzoeken of er op zulke andere planeten ook leven voorkomt. Weten we wel hoe dat leven er uit zou zien en waar we naar moeten zoeken?
       
  Over de spreker:
Ignas Snellen is hoogleraar Sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden. Na zijn promotieonderzoek in 1997 is hij voor drie jaar verbonden geweest aan de Universiteit van Cambridge in Engeland. Na een lectureship aan de Universiteit van Edinburgh is hij in 2004 naar Leiden teruggekeerd. Met zijn onderzoeksgroep bestudeert hij atmosferen van exoplaneten.

 

 

Vrijdag 27 februari 2015

"De oorsprong van planeten in ons zonnestelsel en rond andere sterren"
door dr. M.R. Hogerheijde

       
  Samenvatting:
Vier en een half miljard jaar geleden werden de planeten in ons zonnestelsel, inclusief de aarde, gevormd, tegelijk met de zon. In het laatste decennium zijn sterrenkundigen te weten gekomen dat planetenstelsels zoals het onze verre van uniek zijn. In tegendeel: de meeste sterren zijn vergezeld van een of meer planeten. Hoe zijn deze planeten ontstaan? In deze lezing wordt ingegaan op de vraag hoe minuscule stofkorreltjes in het heelal kunnen uitgroeien tot planeten. Wat bepaalt de uiteindelijke eigenschappen van de planetenstelsels die zo gevormd worden? Zijn sommigen van deze planeten geschikt voor leven zoals de aarde? Met grootste en modernste telescopen proberen sterrenkundigen antwoorden vinden op deze vragen.
       
  Over de spreker:
Michiel Hogerheijde promoveerde in 1998 aan de Universiteit Leiden, en was vervolgens werkzaam aan de universiteiten van Californië en Arizona in de Verenigde Staten. Sinds 2003 is hij universitair
(hoofd)docent in Leiden. Hij onderzoekt de vorming van sterren en het ontstaan van planeten rond deze sterren. Hij is ook nauw betrokken bij de ontwikkeling en bouw van de enorme "ALMA" telescoop in Chili.

 

 

Vrijdag 30 januari 2015

"Dreiging vanuit de ruimte, meteorieten en inslagen"
door R. P. Wielinga

       
  Samenvatting:
In deze lezing wordt ingegaan op meteorietinslagen in Nederland en wereldwijd. Bij dergelijke inslagen (groot of klein) worden we getrakteerd op materiaal uit het heelal. Soms is de herkomst te achterhalen: zo viel er in 1925 een stukje van de dwergplaneet Vesta in het Zeeuwse Ellemeet. En ook zijn er stukken maan en Mars op aarde gevonden, die bij grote inslagen op deze hemellichamen de ruimte in zijn geslingerd. Wat kunnen we van dat materiaal leren over ons zonnestelsel en het ontstaan daarvan en van de planeten? Daarvoor kijken we naar de verschillende soorten meteorieten die er zijn en naar hun samenstelling. Er zijn verrassende conclusies te trekken. De spreker zal ook stil staan bij de inslag in Rusland op 15 februari j.l. waarbij meer dan duizend mensen gewond raakten als gevolg van een enorme drukgolf.
       
  Over de spreker:
Robert Wielinga is vanaf zijn 10e jaar geïnteresseerd in alles wat sterrenkunde te maken heeft. Al op jonge leeftijd deed hij nauwgezette waarnemingen van o.a. planeten. Hij was actief in de JWG en tegenwoordig in de KNVWS. Als student gaf hij voorstellingen in het Zeiss planetarium in Amsterdam. Na zijn studie werd hij docent natuurkunde aan het Gregorius College in Utrecht. Daarnaast ontwikkelde hij als secretaris van de stuurgroep Sterrenkundeonderwijs van de NAC sterrenkundig lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs. Van 2002 tot 2014 werkte hij enkele dagen per week voor Sonnenborgh – museum & sterrenwacht in Utrecht, waar hij verantwoordelijk was voor de tentoonstellingen en de publieksactiviteiten. En als er iets bijzonders aan de hemel te zien is dan vind je hem nog steeds achter een van zijn telescopen.

 

 

Vrijdag 19 december 2014

"Metius houdt een open avond!"
door leden

       
  Samenvatting:
De Alkmaarse Weer- en Sterrenkundige vereniging "Metius" houdt op vrijdag 19 december 2014 een open avond. Alle geïnteresseerden in weer- of sterrenkunde zijn van harte welkom. Toegang gratis. Plaats: wijkcentrum "De Oever", Amstelstraat 1 in Alkmaar. Tijd: 20.00 tot 22.00 uur.

Op de open avond zal de vereniging "Metius" een beeld geven van zijn activiteiten. Daartoe zijn er korte voordrachten over actuele zaken en over de vaste werkgroepen van de vereniging. Maar daarnaast is er voor de bezoekers ook ruim tijd om op een informele manier kennis te maken met leden van Metius. Een informatiefolder is natuurlijk ook beschikbaar.

Het inhoudelijk programma van de open avond is als volgt:

-
Wiebe Rinsema stelt (hardop denkend) het weerbericht voor de volgende dag samen.

-
Henk Verbeek laat sterrenkundige instrumenten zien die uit bouwplaten zijn gemaakt. Speciale aandacht zal uitgaan naar een spectroscoop. Aan de hand van daarmee gemaakte "vingerafdrukken" van het licht kun je het verschil zien tussen bijvoorbeeld het licht van een gloeilamp, een TL-balk, een spaarlamp en een LEDlamp..

- De leenkijker van de vereniging kan tegenwoordig gekoppeld worden aan een PC om met de kijker snel over de hemel te kunnen navigeren.

Reijer van den Brink
legt uit waar dit toe kan leiden.

-
Arend Noordam geeft zijn persoonlijke indruk van de net voltooide vervolgcursus in de sterrenkunde, die hij als deelnemer heeft bijgewoond.
       
  Halverwege de avond is er een ruime pauze (met koffie en thee in de zaal) waarin volop gelegenheid bestaat om kennis te maken met de vereniging, zijn leden en zijn activiteiten.

Metius verzorgt maandelijkse lezingen en verleent faciliteiten voor leden voor het doen van waarnemingen. Er is een sterrenwacht, een leenkijker en er kan via internet met een telescoop worden waargenomen. Verder heeft Metius een bescheiden bibliotheek en werkgroepen voor de bestudering van het weer en van de theoretische aspecten van de sterrenkunde. Er worden cursussen verzorgd op sterrenkundig gebied en groepsexcursies georganiseerd naar interessante bestemmingen, zoals een sterrenwacht, planetarium of meteorologisch instituut. Tenslotte is er een verenigingsblad, Metius Magazine, waarmee nieuws op verenigingsgebied en nieuwtjes in de weer- en sterrenkunde aan de leden worden doorgegeven.
Metius is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde, die bestaat uit ruim 30 regionale organisaties en nog ca. 10 specialistische landelijke werkgroepen.
       
 

 

Vrijdag 28 november 2014

"Weerkunde in poolgebieden"
door Prof. Dr. M.R. van den Broeke

       
  Samenvatting:
Deze lezing belicht onderzoek dat wordt gedaan in het domein Klimaatfysica van het Departement Natuurkunde, meer specifiek in de richting IJs en Klimaat.

De ijskappen van Groenland en Antarctica bevatten genoeg ijs om wereldwijd de zeespiegel met tientallen meters te laten stijgen. Lang werd aangenomen dat deze enorme ijsmassa's te groot zijn om snel op klimaatverandering te reageren. Recente waarnemingen hebben echter aan het licht gebracht dat de Antarctische en Groenlandse ijskappen zeer dynamisch zijn en nu al ieder significant bijdragen aan de huidige zeespiegelstiging van ~3 mm per jaar. De waargenomen zeespiegelstijging lijkt zelfs te versnellen, wat ook gedeeltelijk wordt toegeschreven aan de snel veranderende massahuishouding van de grote ijskappen. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van het onderzoek naar het klimaat en de massabalans van de grote ijskappen, de recente veranderingen en in welke mate dat invloed heeft op de zeespiegel. We plaatsen de veranderingen in een geologisch perspectief en kijken naar de toekomst. Ook wordt aandacht besteed aan de recente, dramatische afname van het zeeijs in het noordpoolgebied, en natuurlijk wordt ook even stil gestaan bij de recente discussies rond het IPCC.
       
  Over de spreker:
Michiel van den Broeke (Rotterdam, 1968) is als hoogleraar Polaire Meteorologie verbonden aan het Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek van de Universiteit Utrecht (IMAU). Voor zijn onderzoek deed hij veldwerk in IJsland, Svalbard, Groenland en Antarctica.
     
   
 

 

Vrijdag 31 oktober 2014

"Astronomie van oude beschavingen II (Antikythera en China-Amerika)"
door ir. H.A. Verbeek

       
  Samenvatting:
Op 29 oktober 2010 werd deel I gepresenteerd. Het accent lag toen op het Midden Oosten en Europa en vooral op de manier waarop met de tijdrekening werd omgegaan. Bijzondere aandacht was er ook voor de wijze waarop de overgang plaatsvond van een “aardecentraal” naar een “zoncentraal” wereldbeeld en hoe Copernicus hiervoor alle credits heeft verkregen die hij niet helemaal verdiende.
Deze keer besteden we o.m. aandacht aan twee gebieden die een eigen ontwikkeling doormaakten; Het verre oosten en de Amerika’s. Welke instrumenten bouwden de Chinezen, hoe gingen zij met de tijdrekening om en wat was de invloed van Europese missionarissen?
De Centraal- Amerikaanse ontwikkeling van de sterrenkunde begon al in de tijd van de oude Grieken. De Maya’s hadden twee kalendersystemen zodat iedere dag twee namen had. Die twee systemen herhalen zich iedere 52 jaar en er was een heel bijzondere oplossing voor de schrikkeldag.
Voor de kust van het Griekse eilandje Antikythera werd in 1902 een zwaar verweerd stuk brons opgedoken wat deel uitmaakte van een oorlogsbuit die de Romeinen uit Griekenland verscheepten. Sinds 2012 weten we dat we te maken hebben met een analoge rekenmachine met meer dan 30 tandwielen en dat 1500 jaar eerder dan dat er in het westen sprake was van het gebruik van tandwielen. Hoe werkt het, wat kan er met het toestel worden afgelezen, waar kwam die kennis vandaan en hoe zijn we erachter gekomen? Allemaal vragen waarop vrijdag 31 oktober door Henk Verbeek een antwoord zal worden gegeven.
       
  Over de spreker:
Henk Verbeek is lid van de AWSV Metius en van de werkgroep theoretische sterrenkunde.
       
   
 
  Na afloop van iedere lezing wordt, bij helder weer, de computergestuurde leentelescoop van de vereniging buiten opgesteld.
Een leuke kans om eens door een TOP-telescoop te kijken!
       
 
Klik hier voor het lezingenarchief
   


 

Vrijdag 16 mei 2014

"Eigen avond"
door leden

       
  Toelichting
Op vrijdag 16 mei 2014 is er een Metiusavond met een aantal kleine voordrachten en vooral veel ruimte voor onderlinge kennismaking en onderling overleg.

Het programma ziet er als volgt uit:
1) 20.00 - 20.45 Cor Booy, erelid van de vereniging, vertelt over de beginperiode van Metius
2) 20.45 - 21.15 ruime pauze
3) 21.15 - 21.30 Hans de Nobel doet verslag van recente waarneemsessies en de resultaten daarvan
4) 21.30 - 21.45 kleine pauze
5) 21.45 - 22.00 Henk Verbeek laat de resultaten zien van een profielwerkstuk over het Noorderlicht. Bij dit werkstuk van een vwo-scholiere is hij als begeleider betrokken geweest.
       
   

 

Vrijdag 25 april 2014

"Radio pulsar navigatie als alternatief voor GPS?"
door dr. R. Heusdens

       
  Toelichting van de spreker:
Tijdens de afgelopen eeuwen zijn mensen steeds bezig geweest met het verfijnen van navigatietechnieken. Ondanks de hoge nauwkeurigheid van moderne navigatiesystemen zoals LORAN (radiotransmitters op land) en NAVSTAR GPS (satelliet navigatiesystem), is er behoefte aan alternatieve navigatiemethoden. Nadelen van het gebruik van bijvoorbeeld GPS zijn dat het slecht binnen gebouwen gebruikt kan worden, het GPS signaal verstoord kan worden door derden en dat het niet gebruikt kan worden voor verre ruimtereizen.
Een alternatieve manier van navigeren die bovengenoemde problemen (deels) oplost, is het navigeren met behulp van radio pulsars. Radio pulsars zijn neutronensterren die een uiterst stabiel gepulseerd elektromagnetisch signaal uitzenden en zijn daarmee ideale bakens voor navigatie. Vanwege het breedbandig signaalkarakter zijn deze signalen niet of nauwelijks te verstoren en ook goed te ontvangen binnen gebouwen of onder de grond. De reden dat radio pulsars tot op heden nog niet gebruikt zijn voor navigatie is dat de signaal-ruis-verhouding van het ontvangen pulsar signaal extreem laag is (-90dB).
Nieuwe inzichten in het bewerken van de ontvangen pulsar signalen hebben er toe geleid dat de toepasbaarheid van radio pulsars als alternatief voor radiobakens momenteel binnen een EU-project onderzocht wordt. Tijdens deze presentatie gaan we in op het gebruik van radio pulsars voor navigatie. De basisprincipes van het navigeren zullen worden besproken, alsmede de signaalbewerkingstechnieken die nodig zijn om het pulsar signaal uit het verruiste antennesignaal te extraheren. Resultaten worden getoond aan de hand van computer simulaties en opnames die gemaakt zijn met behulp van de ASTRON radiotelescopen in Westerbork.
       
  Over de spreker:
Richard Heusdens is geboren in Alkmaar in 1965. In 1988 behaalde hij zijn HTS diploma aan de HTS Alkmaar. Vervolgens is hij Elektrotechniek gaan studeren aan de TU Delft waar hij in 1992 zijn ingenieursdiploma heeft gehaald. In het voorjaar van 1992 kwam hij op het Natuurkundig Laboratorium van Philips te werken in de digitale signaalbewerkingsgroep waar hij aan audio- en videocompressie heeft gewerkt. In 1997 ontving hij zijn doctorstitel aan de TU Delft. Sinds 2002 is hij universitair hoofddocent aan de TU Delft, voorzitter van de "Signal and Information Processing" onderzoeksgroep en Master coördinator van de afstudeervariant "Signals and Systems" binnen de faculteit Elektrotechniek. Tevens is hij bestuurslid van de IEEE Benelux Signal Processing chapter en editor van verschillende internationale tijdschriften. In 2001 ontving hij van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een VIDI-financiering voor talentvolle onderzoekers. Hij is betrokken bij verschillend nationale en internationale onderzoeksprojecten op het gebied van (gedistribueerde) signaalbewerking, informatietheorie, multimedia signaalbewerking, datacompressie, akoestische signaalbewerking en wireless sensor netwerken.

   
 

 

Voorgaande lezingen

 

Vrijdag 28 maart 2014

"De levensloop van sterren"
door ir. H.T. Klippel

       
  Toelichting van de spreker:
Sterren hebben niet het eeuwige leven, ze zijn allemaal, hoe groot of klein ook, een keer geboren en zullen ooit een keer vergaan. Sterren ontstaan uit samentrekkende wolken van stof en gas. Wanneer een deel van de wolk samentrekt onder zijn eigen zwaartekracht wordt de kern steeds heter en ontstaat een zogenoemde protoster. De samengebalde gasbol zendt wel veel warmtestraling uit maar er zijn nog geen kernfusiereacties. Pas wanneer druk en temperatuur in het centrum van de gasbol hoog genoeg zijn treden kernfusiereacties van waterstof op. Deze energieproductie levert zoveel gasdruk op dat de zwaartekracht die de gasbol wil doen krimpen wordt tegengewerkt tot een stabiele evenwichtsituatie is bereikt. Dit is wat we een ster noemen. De waterstofvoorraad raakt echter een keer uitgeput. Wat hierna gebeurt en welke fysische processen hierbij een rol spelen is sterk afhankelijk van de massa van de ster. We maken hierbij onderscheid tussen de evolutie van lichte sterren (tot ca. 4 zonsmassa), middelzware sterren (van ca. 4 tot ca. 8 zonsmassa) en zware sterren (vanaf 8 zonsmassa).
Lichte sterren evolueren via reuzenster, superreus, planetaire nevel tot een witte dwerg. Zware sterren eindigen hun leven tenslotte in een supernova waarbij een kleine onzichtbare neutronenster of een zwart gat overblijft.
In de lezing worden de levenslopen van deze verschillende sterren uiteengezet. Met behulp van numerieke computermodellen hebben we momenteel een redelijk goed fysisch inzicht in de levensloop van deze sterren. De modelresultaten stemmen goed overeen met wat we aan de hemel waarnemen.
       
  Over de spreker:
Henk Klippel is natuurkundig ingenieur (afgestudeerd aan de TU Eindhoven in 1967) en heeft 37 jaar gewerkt bij het ECN te Petten, achtereenvolgens als wetenschappelijk medewerker, wetenschappelijk hoofdmedewerker, coördinator fusietechnologieprogramma en hoofd van de werkeenheden reactorfysica en reactortechnologie. Henk Klippel is al sinds zijn jeugd ook geïnteresseerd in sterrenkunde en al vele jaren lid van Metius. Sinds zijn pensionering is Henk lid van de Werkgroep Theoretische Sterrenkunde (WTS). Zijn bijzondere interesses zijn de natuurkundige aspecten in de sterevolutie en kosmologie. Het afgelopen jaar is in de WTS veel aandacht besteed aan de evolutie van sterren aan de hand van het boek “Introduction to Modern Astrophysics” van Carroll en Ostlie. Dit zal in de lezing ook worden verwerkt.
   
 

 

Vrijdag 28 februari 2014

"Infrageluid in de Astmosfeer"
door Pieter Smets

       
  Toelichting van de spreker:
Door het meten van ''onhoorbaar'' geluid zijn onder meer ongeoorloofde kernbomproeven te signaleren. Maar volgens KNMI-onderzoeker dr. Läslo Evers is met dit zogenoemde infrageluid ook een beter beeld te schetsen van de hogere atmosfeer. Geluid met een frequentie onder de 20 Hz is voor mensen niet meer hoorbaar. Voor wetenschappers is dit ‘infrageluid’ echter zeer interessant. Bronnen van infrageluid zijn veelal groot en krachtig, zoals meteoren, explosies, oceaangolven, onweer, vulkanen, lawines, aardbevingen en kernbomproeven. Infrageluid wordt gemeten met arrays (series) van zeer gevoelige microbarometers. Dr. Evers, werkzaam bij het KNMI, verbeterde het hele traject van meten, analyseren en interpreteren van dit infrageluid. De grote uitdaging is daarbij om afzonderlijke geluiden van elkaar te onderscheiden en de bronnen te identificeren.
  Grote explosies in de nabijheid zijn gemakkelijk te herkennen, bijvoorbeeld de ontploffing in 2005 van een brandstofdepot vlakbij Londen. Evers zag thuis op zijn computerscherm opeens een enorme piek boven de ruis uitsteken. Hij wist toen direct dat er iets groots was gebeurd in Engeland. Maar de belangrijkste toepassing van zijn werk is het signaleren van bovengrondse kernbomproeven. Het KNMI helpt mee aan de handhaving van het kernstopverdrag uit 1996, dat ondertekenaars verbiedt om kernbomproeven te doen. Op vijf plaatsen in Nederland staan inmiddels tientallen microbarometers opgesteld. Om de analysemethoden nog verder te verfijnen, is vooral meer kennis nodig over de wisselwerking tussen dampkring en infrageluid. De temperaturen en windsnelheden op vijftig à honderd kilometer hoogte, kunnen namelijk een vertekend beeld opleveren.
Dit analyseproces is ook om te draaien. Evers wil informatie uit infrageluid daarom gaan gebruiken om de hogere atmosfeer nauwkeuriger in beeld te brengen.
       
  Over de spreker:
De lezing zou gegeven worden door dr. Läslo Evers, maar die was plotselijk verhinderd in verband met een UN-vergadering in Zwitserland. In zijn plaats heeft zijn medewerker ir. P.S.M. Smets de voordracht verzorgd. Pieter Smets (geboren in België in 1988) is afgestudeerd in de studierichting Lucht- en Ruimtevaart aan de Technische Universiteit Delft met remote sensing als specialiteit. Hij werkt thans aan het KNMI bij het ARISE-project (Atmosferic dynamics Research Infra Structure in Europe) onder leiding van de heer Evers. Dit project beoogt een bijdrage te geven aan het herkennen van (ongeoorloofde) kernproeven met behulp van infrageluid. Pieter Smets hoopt over enige jaren op de resultaten van zijn werk te promoveren aan de Technische Universiteit Delft.

   
 

 

Vrijdag 31 januari 2014

"Wat zijn zwarte gaten? Hoe zien ze er van dichtbij uit?"
door prof. Richard G. Strom Ph.D.

       
  Toelichting van de spreker:
Na een korte inleiding wordt een schets van de geschiedenis van zwarte gaten gegeven. Het idee is ouder dan de meeste mensen zouden denken. Dan gaan wij kijken naar de aard van massa in het (zichtbare) heelal. Hoe kunnen wij de aanwezigheid van zwarte gaten aantonen? Wij zullen aandacht besteden aan zwarte gaten in dubbelster systemen en ook aan die in sterrenstelsels. De lezing eindigt met een denkbeeldige reis naar een zwart gat (met animatie).
  Over de spreker:
Richard Strom is in de VS (New York Stad) geboren en getogen. Vanaf zijn vroegste jaren was hij geïnteresseerd in de wetenschap. Na de middelbare school behaalde hij een bachelorgraad (in de natuurkunde) aan de Tufts University. Na een jaar studie in Canada (Dalhousie University, waar hij zijn Masters haalde) ging hij naar Engeland waar hij promoveerde in de radiosterrenkunde (bij Jodrell Bank, Universiteit van Manchester). Sinds 1970 werkt hij in Nederland, eerst bij de Leidse Sterrenwacht en daarna in Dwingeloo waar hij als astronoom verbonden was aan de Stichting ASTRON. Hij bekleedde ook een deeltijd hoogleraarschap (aan de Universiteit van Amsterdam). Richard Strom deed onderzoek aan supernova restanten, reuzenradiostelsels, gammastralers, pulsars, Jupiter en andere onderwerpen. Hij is ook geïnteresseerd in de geschiedenis van de (radio)sterrenkunde en heeft historische waarnemingen gedaan in het verre oosten. Na zijn emeritaat in 2009 is hij regelmatig als gasthoogleraar actief aan de Nationale Sterrenwacht van de Chinese Academie van Wetenschappen in Beijing. Hij heeft ook aan de National University of Singapore (eveneens als gasthoogleraar) gedoceerd en is in 2012 tot Fellow van het Institute of Physics te Singapore verkozen.
       
 

 

Vrijdag 20 december 2013

"Metius houdt een open avond!"
door leden

       
  Toelichting van de spreker:
De Alkmaarse Weer- en Sterrenkundige vereniging "Metius" houdt op vrijdag 20 december 2013 een open avond. Alle geïnteresseerden in weer- of sterrenkunde zijn van harte welkom. Toegang gratis. Plaats: wijkcentrum "De Oever", Amstelstraat 1 in Alkmaar. Tijd: 20.00 tot 22.00 uur.

Op de open avond zal de vereniging "Metius" een beeld geven van zijn activiteiten. Daartoe zijn er korte voordrachten over actuele zaken en over de vaste werkgroepen van de vereniging. Maar daarnaast is er voor de bezoekers ook ruim tijd om op een informele manier kennis te maken met leden van Metius.
De avond biedt een aantal korte voordrachten, die de meeste aspecten van het werkterrein van Metius nader belichten. In totaal ontstaat er hiermee een goed beeld van de gevarieerde activiteiten van Metius. Een informatiefolder is natuurlijk ook beschikbaar.
Metius verzorgt maandelijkse lezingen en verleent faciliteiten voor leden voor het doen van waarnemingen. Er is een sterrenwacht, een leenkijker en er kan via internet met een telescoop worden gewerkt. Verder heeft Metius een bescheiden bibliotheek en werkgroepen voor de bestudering van het weer en van de theoretische aspecten van de sterrenkunde. Er worden cursussen verzorgd op sterrenkundig gebied en groepsexcursies naar interessante bestemmingen, zoals een sterrenwacht, planetarium of meteorologisch instituut. Tenslotte is er een verenigingsblad, Metius Magazine, waarmee nieuws op verenigingsgebied en nieuwtjes in de weer- en sterrenkunde aan de leden worden doorgegeven.
Metius is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde, die bestaat uit ruim 30 regionale organisaties en nog ca. 10 specialistische landelijke werkgroepen.
  Het programma van de open avond ziet er (onder voorbehoud) als volgt uit:
1) Filmverslag van de bijdrage afgelopen zomer van Metius in Kaeskoppenstad, met toelichting door Henk Verbeek
2) Hans Dijkstra laat zien hoe de redactie van Metius Magazine werkt, en vertelt over de plannen voor dit tijdschrift
3) Onweer en bliksem: Rob Tijsen geeft een kijkje in een sessie van de Werkgroep Weerkunde
4) De levensloop van sterren: Henk Klippel laat zien waar de Werkgroep Theoretische Sterrenkunde zich dit jaar mee bezig heeft gehouden, en hoe dit gebeurt
5) Wim Koomen doet verslag van de excursie naar de Oude Sterrenwacht in Leiden die een week eerder werd gehouden
6) Metius verzorgt regelmatig inleidende sterrenkundige cursussen. Piet Cijsouw vertelt hierover en laat wat zien van de plannen in het komende jaar
7) Het waarnemen van hemelverschijnselen met een astronomische kijker is voor veel leden een prachtige hobby. Rob Steegs zet op een rij welke mogelijkheden Metius geeft aan leden die hiermee aan de slag willen gaan
8) Metiusleden hebben de mogelijkheid om op een wel heel gerieflijke manier waarnemingen te doen: via de op Afstand Bedienbare Telescoop, waamee je via een gesloten internetverbinding thuis achter je PC beelden doorkrijgt van een telescoop die je zelf kunt bedienen. Frans Nieuwenhout, één van de makers van dit systeem, legt uit hoe het werkt
9) Metius verzorgt maandelijks een lezing. Vaak is de spreker een specialist van één van de Nederlandse universiteiten. Mees Visser geeft een overzicht van de komende lezingen
10) Anne-Eva Stevens heeft een uitstekend profielwerkstuk gemaakt over het noorderlicht. We hebben haar gevraagd om hierover iets te komen vertellen.
11) Henk Verbeek zal, als de tijd dit toelaat, in het kader van zijn studie van de astronomie van oude beschavingen, de denkwereld van de Chinezen en de Indianen toelichten.
   
 
  Na afloop van iedere lezing wordt, bij helder weer, de computergestuurde leentelescoop van de vereniging buiten opgesteld.
Een leuke kans om eens door een TOP-telescoop te kijken!
       
 
Klik hier voor het lezingenarchief
   

 

Vrijdag 29 november 2013

"Hollands Noorderkwartier veilig tegen overstromingen? - verleden, heden, toekomst"
door drs. L.H.M. Kohsiek

       
  Toelichting van de spreker:
De bewoners van het noordelijk deel van ons land hebben in de waterhistorie een opmerkelijke strijd gevoerd tegen het water. Deze strijd lijkt voor de huidige inwoners voorbij. Het is toch geregeld en onder controle, zo wordt er vaak gedacht. Maar niets is minder waar!
Graag neem ik u mee op een tocht van het verleden via het heden naar de toekomst. Het verleden in deze begint na de laatste ijstijd en gaat over de holocene ontwikkeling van het noordelijk deel van ons land. Deze ontwikkeling is vooral de laatste 2000 jaar sterk beïnvloed door de mens. Ik zal daarbij ingaan op de algehele ontwikkeling, en voorbeeldgewijs op specifieke onderwerpen, zoals die van de Hondsbossche en Pettemer zeewering, de Beemster en de IJssel- en Markermeerdijken.
Het heden begint met de toetsing in 2009 van al de primaire keringen aan de huidige normen. Voor het gebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (Noord-Holland ten noorden van het IJ, incl. Texel) betekent dit dat veel van de primaire keringen zijn afgekeurd (o.a. Wieringermeerdijk, de Markermeerdijk en de Hondsbossche en Pettemer zeewering). Dit heeft geleid tot het plannen door het Hoogheemraadschap van een herstelprogramma ter grootte van ongeveer 1 miljard euro. Ik zal ingaan op de verschillende verbetervarianten en op het waarom van de keuze voor specifieke dijkversterkingsvarianten. Na voltooiing van dit uitgebreide herstelprogramma in 2020 zal Hollands Noorderkwartier veilig zijn tot op een overschrijdingskans van 1:10.000.
Echter, de minister van I&M heeft onlangs besloten dat in de toekomst overgegaan zal worden op meer stringente eisen. "Waterveiligheid" door dijken zal vervangen worden door "meerlaagsveiligheid". Schetsmatig zal worden ingegaan op deze ontwikkelingen. Belangrijker nog zijn de mogelijke effecten van de voorspelde klimaatveranderingen. Wat betekent dit voor de waterveiligheid en welke dilemma's gaan zich dan voordoen op dit gebied? Globaal zal ik de te verwachte effecten duiden om te eindigen met de vraag: 'Voelt u zich veilig?'
   
  Over de spreker:
Luc Kohsiek (1953) is fysisch geograaf en heeft veel ervaring opgedaan in de watersector. Eerst als wetenschapper aan het Waterloopkundig Laboratorium en de Universiteit Utrecht. Daarna vele jaren in diverse managementfuncties bij Rijkswaterstaat en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en vanaf 2002 als plaatsvervangend Directeur Generaal bij Rijkswaterstaat. Vanaf 2009 is Luc werkzaam als dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
 

 

Lezing: Vrijdag 25 oktober 2013

"De techniekgeschiedenis van astronomische meetinstrumenten"
door drs. H.J. Schoonhoven

       
  Toelichting van de spreker:
In April 2011 stuitte ik op een herdruk van "Zur Geschichte der astronomischen Messwerkzeuge" door Johann Adolf Repsold. De oorspronkelijke oplage van dit werk in twee banden uit 1908/1914 met 464 illustraties bedroeg slechts 500 exemplaren. Het beschrijft de ontwikkeling van astronomische instrumenten tussen 1450 en 1900 en hun relatie tot de ontwikkeling van de sterrenkunde zelf zo niet volledig, dan toch zeer gedetaileerd. Het vormt de basis van de lezing, aan welke basis ik nog heb toegevoegd de ontwikkeling van de glastechniek vanaf het oude Egypte tot diep in de twintigste eeuw, de wetenschapsgeschiedenis van de sterrenkunde en de ontwikkeling van metallurgie.
Gezien de beschikbare tijd voor de lezing over de geschiedenis tot omstreeks 1900 moet ik mij beperken. Ik zal er naar streven zoveel mogelijk unieke illustraties te tonen.
Aan de orde zal komen een selectie van de volgende onderwerpen:
- Tijdmeting en kalender, o.a. in het antieke Rome
- Hoekmeting "met het blote oog" (Brahe, Hevelius)
- Hoekmeting met behulp van de astronomische kijker (Galileï, Rømer)
- Het gebruik van kruisdraden in de kijker, hoekaflezing met microscopen
- De Venusovergangen van 1761 en 1769 ter bepaling van de afstand aarde - zon
- Spectroscopie (Fraunhofer) en het gebruik van tralies
- De astrofotografie met al zijn voordelen.
   
  Over de spreker:
Harm Schoonhoven (Apeldoorn, 1948, maar opgegroeid in Amsterdam) studeerde theoretische sterrenkunde, theoretische natuurkunde en wiskunde met bijvak filosofie der exakte natuurwetenschappen.
Hij was werkzaam bij de Sterrenwacht RUU, de St. Film & Wetenschap in Utrecht, het Nederlands Omroepproductiebedrijf in Hilversum en TNO MultiMedia Technologie in Delft.
Meer informatie: http://www.harmjschoonhoven.com
 

 

Lezing: Vrijdag 27 september 2013

"De gloed van de oerknal"
door prof. dr. J.Heise

       
  Samenvatting:
Het heelal is ontstaan in een hete oerknal en dijt sindsdien uit. We zien de gloed van de oerknal in de vorm van alomtegenwoordige straling, die nu door de uitdijing afgekoeld is. Dat heet de Kosmische Microgolf Achtergrondstraling.
Onlangs heeft een satelliet van de Europese ruimtevaart organisatie ESA, de zgn. Planck satelliet, deze Kosmische Achtergrondstraling nauwkeurig in kaart gebracht. Het is een kaart van het babyheelal, kort na de oerknal. We zien daarin de groei van de eerste minuscule rimpelingen in de materiedichtheid, die later verder zullen samentrekken tot de huidige struktuur in het heelal: sterrenstelsels, sterren en planeten. Ze liggen aan de basis van alles wat de kosmos nu is, tot en met het ontstaan van de mensheid.
De rimpelingen bevatten de vingerafdrukken van de klap van de oerknal zelf. en zeggen iets over het ontstaan van de oerknal, de zgn. inflatietheorie. De nieuwste resultaten van de Planck-satelliet dragen bewijzen aan voor de Inflatietheorie.
   
  Over de spreker:
John Heise studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht. Zijn belangrijkste interessegebied is dat van de hoge energie fysica in astronomische context. Zo was hij de bedenker van de röntgengroothoekcamera's van de BeppoSAX satelliet, waarmee een doorbraak in het onderzoek naar gammaflitsen werd bereikt. John Heise is nu emeritus hoogleraar van de Universiteit van Utrecht, maar hij is nog steeds werkzaam binnen SRON (de Nederlandse organisatie voor Ruimteonderzoek). Hij is al vele jaren actief als popularisator van astronomische onderwerpen; zo geeft hij regelmatig publiekslezingen in het historische Sonnenborg observatorium in Utrecht.
 

 

Lezing: Vrijdag 17 mei 2013

"Eigen avond"
door en voor leden

       
  Samenvatting:
Traditioneel wordt de lezingenavond van mei ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
Het is een avond waar leden elkaar in een prettige, informele sfeer ontmoeten. Er is ook ruimschoots tijd om elkaar te spreken.

De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur.

Voorlopig programma:

1) Studie en reis verslag naar La Palma door Hans Klein Woud en Rob Steegs
2) ABT opnamen van Cat's Eye vergeleken met Hubble-opnamen door Inge van de Stadt/Mees Visser
3) Waarnemingen van Hans de Nobel.
4) Feedback over kwaliteit enz. van Metius lezingen afgelopen jaar
 

 

Lezing: Vrijdag 26 april 2013

"Variabele sterren"
door Drs. Frans Nieuwenhout

       
  Samenvatting:
De meeste sterren, waaronder onze zon, zijn niet variabel en hebben een constante helderheid. Voor het leven op aarde komt het niet slecht uit dat de zon zo stabiel is. Nogal wat sterren variëren juist heel sterk in helderheid. Sommige sterren pulseren of vertonen onregelmatige veranderingen in de straling die we ontvangen. Dit kan plaats vinden op hele korte tijdschalen van minuten of zelfs seconden, maar ook fluctuaties met periodes van jaren komen ook voor. Er zijn verschillende oorzaken voor deze veranderlijkheid. Sommige sterren komen in paren voor die op geringe afstand om elkaar heen draaien. Hoe kleiner de afstand tussen deze sterren, hoe groter de kans dat we de een, de ander zien bedekken doordat de helderheid plotseling wat afneemt. Dit zelfde gaat op voor een planeet die rond een andere ster draait. Op deze manier zijn al honderden planeten rondom andere sterren gevonden. Cepheiden zijn veranderlijke sterren die pulsaties vertonen die zo regelmatig zijn dat je er bijna de klok op gelijk kunt zetten. Mira sterren pulseren wat minder regelmatig, maar vertonen heel grote helderheidsverschillen binnen een periode. Bij maximale helderheid kunnen ze honderden of zelfs duizenden malen zo helder zijn als tijdens hun minimum.

De mechanismes die de oorzaak zijn van de variabiliteit van de meest voorkomende typen van veranderlijke sterren zullen besproken worden. Er zal ook ingegaan worden hoe deze sterren waargenomen worden via satellieten en met telescopen vanaf de grond.
   
  Over de spreker:
Frans Nieuwenhout heeft natuur- en sterrenkunde gestudeerd in Utrecht en is na de afronding hiervan in het energie-onderzoek terecht gekomen. Sinds 1975 is hij lid van de KNVWS werkgroep Veranderlijke Sterren en is lid van AWSV Metius Alkmaar.
 

 

Lezing: Vrijdag 22 maart 2013

"De veiligheid van onze Delta"
door Prof.ir. J.K. Vrijling

       
  Samenvatting:
Rondom de herdenking van de watersnoodramp publiceerde de Volkskrant een interview met de minister van Infrastructuur en Milieu. Zij vroeg de lezer dringend: "Hebben jullie een ton in huis?", doelend op de 10 liter plastic ton met lucifers, kaarsen, zaklantaarn, batterijen, radio, etc., het overlevingspakket dat de overheid aanbeveelt. Zouden er in de nacht van 1 februari 1953 minder slachtoffers gevallen zijn als men een evacuatieplan op de keukendeur had hangen en er bij iedereen een tonnetje op zolder had gelegen?
Het interview toont de verschuiving van preventie naar gevolgenbeperking, die nu in de waterwereld gaande is. Het merkwaardige is dat enorme omvang van de schade bij een overstroming, die duidelijk te zien is in de beelden van de overstromingen in New Orleans, Birma, Australie, Thailand, Japan en recent New York niet goed doordringt, net zo min als de betrekkelijk geringe effectiviteit van de heroïsche reddingen.
De grote schade bij een overstroming heeft Nederland altijd geïnspireerd om de primaire verdediging te versterken en zo mogelijk in de richting van de waterwolf te verschuiven. De afsluitdijk en het deltaplan tonen dat. Langzaam is daarbij de waardenafweging verschoven van economie naar milieu zoals de Oosterscheldekering en Ruimte voor de Rivier laten zien.
Het deltaplan van de Commissie Veerman volgde die tendens afgezien van de aanbeveling om de veiligheid van de dijken met een factor 10 te vergroten. Voor een verhoging van de veiligheid is alle reden, gezien de groei van bevolking en economie sinds de eerste Deltacommissie, en gezien de gegroeide inzichten ten aanzien van de (on)veiligheid van onze dijken.
   
  Over de spreker:
Han Vrijling (1947) behaalde in 1974 zijn ingenieursdiploma aan de Technische Hogeschool in Delft; in 1980 voltooide hij de studie bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Hij heeft meegewerkt aan het ontwerp van de stormvloedkering in de Oosterschelde, waarbij hij een probabilistische benadering introduceerde. Hij was betrokken bij een groot aantal andere waterbouwkundige ontwerpprojecten in binnen- en buitenland. Zo leidde hij na de overstroming van New Orleans diverse analyses van deze ramp en de gevolgen ervan.
In 1995 werd hij benoemd tot hoogleraar Waterbouwkundige Constructies en Probabilistisch Ontwerpen in Delft. Hij maakte deel uit van de Commissie Veerman die in 2009 de voltooiing van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn aanbeval, en hij is bij dit project nog betrokken als commissaris.
Sinds augustus 2012 is hij met emeritaat.
 

 

Lezing: Vrijdag 22 februari 2013

"Afstandbepaling in het heelal"
door P. Cijsouw
N.B. Deze lezing komt in de plaats van de eerder aangekondigde lezing over infrageluid

       
  Samenvatting:
Door de eeuwen heen is er door astronomen met onnoemelijk veel inventiviteit gewerkt aan methoden en instrumentarium om een aantal sterrenkundige maten vast te leggen. Achterliggend probleem is in principe dat er tussen de lengte van de meter en de afstand tot verre sterrenstelsels vele ordes van grootte moeten worden overbrugd, waarbij in de historie ook stappen moesten worden genomen die men onwerkelijk vond. Zo woedde er nog slechts een eeuw geleden een felle strijd over de vraag, of er "nog iets buiten de melkweg bestond", m.a.w. of ons sterrenstelsel al dan niet het gehele heelal omvatte.
In de voordracht wordt met oog voor de historische ontwikkeling geschetst hoe de afstandsbepaling door astronomen is ontwikkeld. Van de grootte van de maan, de afstand tot de zon en die tot nabije sterren, via de "Cepheïdenmethode" naar het gebruik van supernovae voor middelgrote astronomische afstanden met tot slot de methode van de roodverschuiving voor werkelijk verre objecten. Waar van toepassing, worden korte uitstapjes naar moderne methodes meegenomen. De conclusie zal zijn, dat de tegenwoordige resultaten nog steeds berusten op een keten van elkaar opvolgende methoden, waarbij de uiterste resultaten van een vorige methode de ingangsgegevens vormen van de volgende.
   
  Over de spreker:
Piet Cijsouw (Haarlem, 1942) studeerde wiskunde (met sterrenkunde als bijvak) aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte van 1974 tot 2006 aan de Technische Universiteit Eindhoven en kwam na zijn pensionering in Schoorl wonen, bij welke gelegenheid hij ook lid van Metius werd. De sterrenkunde is voor hem altijd een belangrijke hobby geweest, waarbij het volgen van de wetenschappelijke ontwikkelingen de meeste aandacht kreeg. Piet Cijsouw fungeert als coördinator van het team dat de cursussen van Metius verzorgt.
 

 

Lezing: Vrijdag 25 januari 2013

"Gaia - een stereoscopische kaart van de Melkweg"
door dr. A.G.A. Brown

       
  Samenvatting:
De Gaia ruimte missie is een ESA-Cornerstone project dat dicht bij realisatie staat: het Gaia-ruimtevoertuig zal worden gelanceerd in 2013. Het belangrijkste wetenschappelijke doel van Gaia is om de structuur en ontstaansgeschiedenis van de Melkweg te ontrafelen. Dit wordt gedaan met behulp van een stereoscopische "census" van 1 miljard sterren, waarbij nauwkeurig de afstanden en ruimtelijke bewegingen van de sterren gemeten worden. Om deze census goed te kunnen interpreteren meet Gaia ook nauwkeurig de kleuren van de sterren (fotometrie), waaruit de leeftijd en chemische samenstelling kan worden afgeleid.
De astrometrische metingen van Gaia zullen meer dan 100 keer zo nauwkeurig zijn als die van de Hipparcos missie. Gaia metingen hebben een nauwkeurigheid van 10 microboogseconden, ongeveer 3 miljardste graad. Dit correspondeert met de hoek die een Euromunt opspant op de maan gezien vanaf de aarde!
Het resultaat van deze missie zal een nauwkeurige 3D kaart van de hele melkweg zijn waarbij ook de bewegingen van alle sterren en hun astrofysische kenmerken (zoals leeftijd, massa, chemische samenstelling, enz) vastgelegd zullen zijn.

In deze lezing zal eerst besproken worden waarom deze missie van belang is voor sterrenkundig onderzoek; aan de hand van Hipparcos gegevens laten we zien wat we kunnen verwachten. Vervolgens zal ingegaan worden op de meer technische aspecten van de missie. Hoe worden de metingen verricht en hoe kan Gaia de enorme precisie halen die we nastreven?
   
  Over de spreker:
Anthony Brown (Leiden, 1969) studeerde Sterrenkunde in Leiden, waar hij promoveerde op een onderwerp dat samenhing met OB-associaties. Daarna heeft hij een aantal jaren in het buitenland gewerkt (Mexico, Duitsland). Sinds 2001 is hij weer werkzaam op de Sterrewacht in Leiden, waar hij betrokken is bij Gaia-project, voornamelijk bij het ontwikkelen van het fotometrische instrument van Gaia en het voorbereiden van de verwerking van de fotometrische gegevens. Hij zit ook in het Gaia Science Team, het ESA-adviesorgaan dat alle Gaia activiteiten overziet vanuit de wetenschappelijke hoek. Sinds eind 2012 is hij voorzitter van het Gaia Data Processing and Analysis Consortium. Dit is het samenwerkingsverband van ongeveer 450 Europese wetenschappers die de gegevensverwerking van Gaia voorbereiden en uitvoeren.

Voor meer info over Gaia: ga naar
http://www.rssd.esa.int/gaia/
http//www.strw.leidenuniv.nl/~brown/gaia
 

 

Lezing: Vrijdag 21 december 2012

"Eigen avond"
met bijdragen van leden

       
  Traditioneel wordt de lezingenavond van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.

De zes (korte) bijdragen voor deze avond zijn:
1) een verhaal over eigen ervaringen in de studie sterrenkunde;
Hans Klein Woud
2) een updatebericht over de ABT door
Frans NIeuwenhout
3) een verhaal van de Werkgroep Weerkunde;
Karel de Leeuw
4) een peiling: doet Metius mee met Kaaskoppenstad 2013?
Mees Visser
5) een peiling: voor welke onderwerpen voor lezingen in het programma van het seizoen 2013/2014 is er interesse?
Mees Visser
6) hoe regelen we het onderhoud van de sterrenwacht incl. het PWN huisje;
Rob Steegs


De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur en de presentaties beginnen omstreeks 20.15 uur. De avond is om ca. 22:30 afgelopen.
 

 

Lezing: Vrijdag 30 november 2012

"Gravitatie"
door prof. dr. J. van den Brand

       
  Samenvatting:
Einsteins algemene relativiteitstheorie voorspelt het bestaan van gravitatiegolven. Als massieve objecten in het heelal bewegen, dan veroorzaken ze rimpels in het Universum, die in werkelijkheid verstoringen zijn in het weefsel van ruimtetijd. De detectoren LIGO en Virgo speuren naar deze gravitatiegolven. Deze instrumenten zijn Michelson interferometers met 3 tot 4 km lange optische resonatoren in hun armen.
In de lezing wordt een overzicht van het Virgo experiment gegeven, alsook een schets van toekomstige ontwikkelingen, zoals Einstein Telescope, een derde generatie observatorium voor gravitatiegolven.
  Over de spreker:
Jo van den Brand (1954) studeerde natuurkunde in Amsterdam, waar hij in 1988 promoveerde op een onderwerp uit de kernfysica. Hij had daarvoor al geruime tijd gewerkt bij het NIKHEF, eveneens te Amsterdam. Van 1988 tot 1998 had hij researchaanstellingen in de Verenigde Staten. Na zijn terugkeer lag zijn werk deels bij het NIKHEF, deels aan de Universiteit van Amsterdam. In 1996 werd hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar de ruimte-tijd uit de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Hij is intens betrokken bij het VIRGO-experiment nabij Pisa in Italië aangaande interferentiepatronen veroorzaakt door zwaartekrachtsgolven.
 

 

Lezing: Vrijdag 26 oktober 2012

"Simon Stevin"
door prof. dr. W. van Rensbergen

       
  Samenvatting:
De jonge Stevin was boekhouder van het "Brugse Vrije" en publiceerde tabellen waarmee handelaars en boekhouders winst en verlies konden uitrekenen over periodes tot 30 jaar. Hij was zeer innovatief op wiskundig gebied: hij loste vierkantsvergeklijkingen op en voerde het begrip "limiet" in om oppervlakten te berekenen. Ook voerde hij de goniometrische functies in. Hij werd naar Antwerpen gehaald voor de boekhouding van de stad. Hij knoopte er vriendschap aan met Christoffel Plantijn die een groot deel van zijn 16 boeken drukte.
Stevin vondt Nederlands een uitstekende taal voor wetenschappelijk denken en formuleren. Hij gaf een woordenboek uit waaruit we leren dat termen als wiskunde, natuurkunde, scheikunde, meetkunde door hem in ons taalgebruik werden ingevoerd. Stevin was ook musicus en componist en schreef een boek over harmonie. Hij was één van de navolgers van Copernicus, maar hij verfijnde diens model van het zonnestelsel tot één met de planeten in cirkelbanen die niet allemaal hetzelfde middelpunt hebben.
In 1584 werd Willem van Oranje vermoord. Simon werd naar het Noorden geroepen om de leraar voor de jonge Prins Maurits te worden. Hij schreef leerboeken voor Maurits die bekende dingen maar ook zijn eigen hesenspinsels bevatten. Zijn werken werden naar het Latijn vertaald door Willebrord Snel van Rooijen (1580 - 1626): ons bekend als Snellius (van de brekingswet).
Naarmate de oorlog tegen de Spanjaard bitsiger werd, stelde Stevin zich geheel in dienst van Prins Maurits. Hij werd een bouwer van hangbruggen, molens, havens, sluizen en forten. Stevin is ook bekend geworden door het ontwerpen van een zeilwagen waarin 28 Geuzen tegen 40 km/uur achter de Spanjaard konden jagen.
Stevin trouwde op latere leeftijd met de moeder van zijn vier kinderen. Onvoltooid werk werd later afgemaakt door zijn tweede zoon Hendrik.
   
  Over de spreker:
Prof. dr. W. van Rensbergen (1941) studeerde Sterrenkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is vervolgens gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij heeft gewerkt aan het Sterrenkundig Instituut van de Vrije Universiteit Brussel, waar hij onderzoek heeft gedaan naar stervorming (i.h.b. de vorming en ontwikkeling van zware dubbelsterren) en naar het gedrag van families van "snellopers" met daarbij het reconstrueren van hun gezamenlijke oorsprong. Hij is tevens geïnteresserd in de geschiedenis van de natuurkunde.
 

 

Lezing: Vrijdag 28 september 2012

"Saturnus, Huygens en Titan"
door Dr. H. Olthof

       
  Samenvatting:
Cassini/Huygens, een samenwerkingsproject van NASA, ESA en de Italiaanse ruimtevaart organisatie ASI, is in oktober 1997gelanceeerd. Via een ingewikkelde reis langs Venus, de Aarde en Jupiter, waarbij -gebruikmakend van de zwaartekracht van deze hemellichamen- de snelheid van de satelliet werd opgezweept, is de satelliet begin juli 2004 in een baan om Saturnus geraakt. Tijdens de kerst 2004 is de door ESA gebouwde Huygens capsule ontkoppeld en op 14 januari 2005 met succes in de atmosfeer van de maan Titan afgedaald en geland op het oppervlak.

Uit de korte tijd dat de experimenten van de Huygens capsule gewerkt hebben is een goed beeld ontstaan van de samenstelling van de atmosfeer en het oppervlak van Saturnus’ grootste maan Titan.

De Cassini satelliet is nog volop operationeel en levert nog continue nieuwe beelden van Saturnus en zijn vele manen.
   
  Over de spreker:
Dr. Henk Olthof heeft sterrenkunde gestudeerd in Groningen en is gepromoveerd op onderwerpen in het ruimteonderzoek. Tot begin 2007 was hij werkzaam bij ESA/ESTEC in Noordwijk en was nauw betrokken bij de ontwikkeling van experimenten voor de wetenschappelijke satellieten van ESA. Van 2002 tot 2010 was hij voorzitter van de KNVWS.
 

s