Waarnemingen
Marijke van Denneheuvel
AWSV Metius

   

Alkmaarse Weer- en Sterrenkundige Vereniging Metius

   

.

Kometen

Opnamen en tekst:
Marijke van Denneheuvel ©2004

ENKELE KOMETEN IN VOGELVLUCHT

Al eeuwenlang hebben komeetverschijningen een belangrijke rol gespeeld. Lang voor de Griekse oudheid zag men een komeet als een teken van voor- of tegenspoed. Hoewel Ptolemaeus, Grieks astronoom en wiskundige (2de eeuw n.Chr.) één van de eersten was die met een fysische beschrijving van ons zonnestelsel kwam, heeft het bijgeloof wat betreft kometen nog tot midden vorige eeuw voort geduurd.
Zo zien we op het prachtige gobelin tapijt van Bayeux uit de 11de eeuw (70 meter lang en 50 cm breed), dat de heldendaden van Willem de Veroveraar in Engeland voorstelt, hovelingen, wijzend naar een komeet (waarschijnlijk Halley), hun koning Harold waarschuwen, dat hij de slag met deze tegenstander zal verliezen.
Kometen hebben ook verschillende namen. Mijn kinderen noemden de kometen, die ik op het plafond van onze badkamer had geschilderd, staartsterren. En zelfs onlangs nog zei de winkelier, bij wie ik batterijen voor mijn poolzoekerlampjes koop: "Hebt u de mooie satelliet met die lange staart gezien?" doelend op komeet Hale-Bopp.
   
   

Komeet West 1976

Bron: internet. Fotograaf: onbekend
   
   



Komeet P/Borelly (1992)
Mijn eerste foto's van komeet Austin (1992) gooide ik teleurgesteld weg, in de naïeve veronderstelling, dat kometen altijd lange staarten hebben. Ik had de wekker op half drie gezet, maar het resultaat was een foto met een vaag vlekje zonder staart. De foto van komeet P/ Borelly echter (december 1994) trof dat lot niet. Al was ook die komeet, in vergelijking met de prachtige kometen, die we in 1996 en 1997 hebben gezien, een nietig lichtzwak vlekje en visueel niet zichtbaar. Mijn zoon en ik ontwierpen een formule, waarmee, in combinatie met de verschilmethode, zo'n komeet in beeld kan worden gezet.
   
Foto boven:

De formule: X = HMS ( N : I x ( HR ( B ) - HR ( A )) + HR ( A )) (Het lijkt alsof we slordig met haakjes omsprongen, maar in verband met programmeerruimte lieten we er zoveel mogelijk weg). Met deze formule, die voor iedere komeet bruikbaar is, kun je in een wip de coördinaten, (R A en declinatie) per dàg uitrekenen: om elke redelijk heldere nacht te kunnen fotograferen, onafhankelijk van star-hopping! ( In een gewone Hewlett Packard 22 S zakcalculator van f.149.- of soortgelijke calculator met een functie voor omzetting van 10-tallig naar 60-tallig stelsel, en omgekeerd. In deze formule resp. HMS & HR).

De verschilmethode werkt in principe ongeveer zoals de later op de markt gebrachte computergestuurde Skysensor 3 type D, waarover John Sussenbach schreef in Zenit December 1992, toen hij star-hopping een tijdrovende bezigheid noemde. Soms een aanslag op nekken en ruggen, voor jong en oud, zou ik er aan toe willen voegen.
De laatste keer, dat het me lukte een komeet in beeld te krijgen via star-hopping was in 1992, boven zee, waar de stadslicht vervuiling niet de heerschappij heeft. Van de combinatie van deze formule met de verschilmethode heb ik al veel plezier gehad: in de schemering de komeet al in beeld zetten om zodra het astronomisch donker is (de zon 18 gr. onder de horizon) meteen te kunnen fotograferen. Geen luxe is ons vaak snel bewolkend Nederland! (Het omgaan met deze combinatie beschreef ik in de Amsterdamse Cluster 3/1992, Astrobulletin 10/1994 en de Kometen Nieuwsbrief 12/1994 )

Gegevens bij de foto: Schmidt instrument 13,75 cm. Ø; brandpunt afstand 225 mm.; lichtsterkte f/1.65. 18 minuten belicht met H-alpha pass filter op TP 2415 gas behandeld. Ontwikkeld in HC 110 (B) 10 min. 20 gr., waardoor dit zeer fijnkorrelig materiaal van 25 ISO, dat dus sterke uitvergroting toelaat, opgevoerd wordt naar 200 ISO.
   
   


foto's en teksten ©2004 Marijke van Denneheuvel